18/10/99
Herbert van Erkelens
Langzaam begint
het tot de mensen door te dringen dat ook het jaar 2000 nog tot
de huidige twintigste eeuw hoort. Er is dus nog een kans om de meest
bloedige eeuw van het tweede millennium af te sluiten met een jaar
van vrede. Nog steeds is het mogelijk om een einde te maken aan
de oorlog die buiten en in onszelf woedt. Dat zou een waardige brug
naar de 21e eeuw zijn. Maar kiezen we ook voor die optie?
De laatste tijd
gebeuren er ongelooflijke dingen. Op 28 juli van dit jaar keerde
paus Johannes Paulus II terug van vakantie. Hij had besloten een
verklaring af te leggen die nieuw licht zou werpen op de eeuwenoude
leerstelling van de hel. Kort gezegd kwam de verklaring van de paus
erop neer dat er geen plaats door God gecreëerd was waar zondaars
eeuwig branden. De hel, zo zei hij, is een toestand van onze geest.
Het is de toestand van afgescheidenheid van God die wij onszelf
opgelegd hebben. De hel is geen straf van God.
Waar had de
paus deze nieuwe wijsheid vandaan? Van God? Wie ook de bron van
inspiratie geweest moge zijn, in de trilogie Conversations with
God wordt door God precies het eendere beweerd. De hel, zo zegt
de innerlijke gesprekspartner van Walsch, bestaat niet op een bepaalde
plaats. De hel is geen strafoord van God, maar een menselijke ervaring.
Het is 'de ervaring van de slechtst mogelijke uitkomst van je keuzen,
beslissingen en creaties. Het is het natuurlijke gevolg van elke
gedachte die Mij ontkent of nee zegt tegen Wie je bent in relatie
tot Mij.'
Op de persconferentie
en tijdens de lezing die Neale Donald Walsch op 20 september j.l.
in het RAI-congrescentrum gaf benadrukte hij de overeenstemming
tussen zijn gesprekken met God en de nieuwe leer van de paus. Hij
had zelf als kind geleden onder zijn katholieke opvoeding die hem
op straffe van de eeuwige verdoemenis het eten van vlees op vrijdag
verboden had. Toen in zijn woonplaats uitgerekend op een vrijdag
de eerste McDonald's geopend werd, bracht de gratis hamburger hem
prompt in ernstige problemen. God was een God die gevreesd moest
worden. Pas door zijn dialoog had hij zich hierover heen kunnen
zetten. Op de persconferentie zei hij hierover:
'De waarde
die de inhoud van de boeken voor mij persoonlijk heeft ligt op het
vlak van de vrees voor God. Pas in direct contact met God heb ik
mij kunnen bevrijden van mijn angst. Die angst had mij in mijn persoonlijke
relatie met God verlamd. Of mijn boeken ook voor de wereld enige
betekenis hebben, hangt ervan af of de mensheid bereid is het centrale
thema eruit te accepteren. Dit thema luidt: "We zijn allen
één." Het is vanzelfsprekend dat we enorm profijt van deze
stelling zouden kunnen trekken. We zouden ermee ophouden elkaar
te vermoorden.
Maar
het is niet de bedoeling om de inhoud van mijn boeken als geloofsstellingen
op te vatten. Desnoods geloof je geen woord van wat ik geschreven
heb. Lees de boeken en ga bij jezelf na of er iets in staat wat
jou persoonlijk aanspreekt. Alleen jouw hart en jouw ziel kunnen
je jouw waarheid vertellen.'
Op de vraag
waarom hij tot publicatie van zijn innerlijke dialoog met God was
overgegaan antwoordde Walsch verrassend: 'Ik deed dat om God
te testen. Tijdens het schrijven van het eerste manuscript werd
mij gezegd dat de dialoog in een boek zou uitmonden. De antwoorden
die mij op mijn vragen waren aangereikt zouden op die manier voor
een groot publiek toegankelijk worden. Op dat moment was ik er niet
zeker van of ik contact had gemaakt met het deel van het heelal
dat wij losjes gezegd God noemen. Maar het voorstel tot publicatie
loste dit probleem voor mij op. Ik besefte dat ik nu een maatstaf
in handen had. Niet ik, maar het grote publiek zou het oordeel vellen.
Dus ik begon het manuscript uit te typen en gaf het ter publicatie
aan een uitgeverij. Dat was de test. Ik wilde zien wat voor een
boek ik geschreven had. Ik wilde zien wat er zou gebeuren als dit
ene boek van mij te midden van die zeshonderd andere titels in de
boekhandel zou liggen.
Zelf
ben ik niet meer dan een geïnspireerd schrijver. Ik hou mij niet
met channelling bezig. Als mijn boeken de mensen in hun hart raken,
al is het maar door één enkele zin, dan weet ik dat ik mijn doel
bereikt heb. Dan heb ik gedaan wat iedere schilder, iedere kunstenaar,
iedere componist probeert te doen. Mozart schreef schitterende muziek,
Rembrandt maakte schitterende schilderijen en Thomas Jefferson schreef
in drie dagen zijn beroemde onafhankelijkheidsverklaring. Als je
deze mensen zou vragen, hoe zij dat deden, zouden zij zeggen: "Ik
werd geïnspireerd door God."'
Toch blijft
het verbazingwekkend dat een paar boeken waarvan de inhoud indruist
tegen eeuwenlang gekoesterde geloofsvoorstellingen ineens een miljoenenpubliek
aanspreken. Walsch ziet hiervoor maar één verklaring: 'De mensheid
is bezig haar geduld ter verliezen. We nemen dagelijks waar dat
de wijze waarop onze gevestigde instellingen de wereld regeren niet
werkt. Daarom zijn we niet langer bereid de antwoorden van gisteren
te aanvaarden. We luisteren zorgvuldiger naar nieuwe antwoorden,
zoals die ook in vele andere boeken gegeven worden. Vijftien of
twintig jaar geleden zou Een ongewoon gesprek met God niet eens
zijn opgemerkt. Maar wij zijn ons gaan openstellen voor zelfstandig
onderzoek naar de waarheid.
Eeuwenlang
hebben we geloofd in de mythe van onze afgescheidenheid van God.
Dat is een culturele mythe die ons van elkaar heeft afgezonderd.
De tweede culturele mythe waarin we geloven is die van het recht
van de sterkste. Deze mythe van de noodzaak van competitie vloeit
uit de mythe van afgescheidenheid voort. Ten derde zijn we gaan
geloven in wie de winnaars en de verliezers in deze zelfbedachte
competitie zijn, nog voordat de aftrap heeft plaatsgevonden. Als
je blank bent, dan ben je superieur aan een zwarte. Als je hetero
bent, dan geef je dat het recht om het leven van een homo zuur te
maken. Maar dit spel dat wereldwijd tot moord en doodslag heeft
geleid brengt ons nu tot op het punt van zelfvernietiging. Gaan
we onszelf nu opblazen? Ik geloof van niet. We zijn op overleving
ingesteld. Het is in ons eigen belang om naar een hoger zelfbewustzijn
toe te gaan.'
De lezing die
Neale Donald Walsch vervolgens in het auditorium van het RAI-congrescentrum
gaf was georganiseerd door MetaVisie uit Baarn, een organisatie
die zich richt op de ontwikkeling van menselijk talent. Het was
het eerste publieke optreden van Walsch in Europa. Twee weken eerder
was het auditorium dat 1700 zitplaatsen telt al uitverkocht. Vele
honderden mensen moesten teleurgesteld worden.
Walsch zelf
verklaarde die enorme opkomst uit het feit dat Nederland een geval
apart is: 'Jullie weten alles al wat ik jullie ga zeggen. Jullie
hebben een samenleving opgebouwd waarin een ieder het recht heeft
om te leven zoals hij of zij wil. Natuurlijk weet ik wel dat het
hier niet volmaakt is. Maar Nederland is een paradijs in vergelijking
met wat een homo in Texas of een katholiek in bepaalde buurten van
Noord-Ierland moet meemaken. Deel jullie tolerantie met de wereld.'
Het was opmerkelijk
met welk gemak Walsch voor een volle zaal overeind bleef. Hij mag
zichzelf dan geïnspireerd schrijver of boodschapper van God noemen.
Hij is ook in staat om drie uur lang de aandacht vast te houden
van een publiek dat zijn boeken al gelezen heeft. Hij weet te ontroeren
en te inspireren. En voordat hij ernstig wordt, laat hij je lachen
om situaties die zijn eigen diepste wanhoop hadden ingeluid. Hij
laat zich kennen zoals hij zichzelf ook in zijn boeken heeft prijsgegeven.
En diep in zijn hart hoopt hij dat op die manier opnieuw een paar
mensen zullen ontwaken tot wat volgens hem onze goddelijke missie
is:
'Een keer
moeten we ophouden met die mythe van onze afgescheidenheid van God
en van elkaar. Breng anderen terug naar hun diepste Zelf. Herinner
anderen eraan Wie ze zijn. Kijk de mensen in hun ogen. Ik beloof
je: dan zie je jezelf. Glimlach naar een ander. Raak de ander aan.
Maak het niet moeilijker dan het is. God heeft mij verzekerd dat
het zo eenvoudig is om de planeet te genezen. Je bent zelf de verlosser.
Je bent zelf het licht, de weg, het leven. Dit is de agenda van
jouw ziel. Al het andere is bijkomstig.'
(Een
sterk ingekorte versie van dit artikel verscheen in HN-Magazine
van 16 oktober 1999)
|