| |
Artikel
geschreven door Robert-Jan Cavadino
Zelfkennis
is voor veel mensen nogal een zweverig woord. Wat wordt bedoeld met
het “Zelf”? Wat is zelf-kennis eigenlijk en wat heb je eraan? Dit
artikel licht het begrip zelfkennis toe door er een speels aroma van
de wetenschap er aan toe te voegen.
 De
dingen om ons heen zijn fysiek aanwezig en dus meetbaar, net als ons
fysieke lichaam. Gedrag daarnaast is, omdat het observeerbaar is, ook
meetbaar. Jung heeft op dit vlak hele interessante gedragspatronen in
kaart gebracht. Capaciteiten zijn meetbaar, aangezien deze kunnen
worden getest. Emoties zijn tegenwoordig ook meetbaar, sinds we
ontdekt hebben dat onder meer de hersenen specifieke
gevoelshormonen kunnen
aanmaken, die de emoties in ons lichaam “opwekken”. Allemaal meetbaar.
Allemaal reproduceerbaar. Keer op keer dezelfde emoties, dezelfde
gedragspatronen en min of meer dezelfde resultaten. Je zou kunnen
zeggen dat, omdat we begrijpen dat geen van allen hetzelfde zijn, ons
onderscheidend vermogen blijkbaar niet voortkomt uit die meetbare,
reproduceerbare aspecten van onszelf.
Waar komt onze eigenheid dan wel vandaan? Wat
maakt ons dan uniek en waar zit deze uniekheid dan in? Je zou kunnen
stellen dat reproduceerbare, meetbare aspecten fysisch van aard zijn
en dat onze eigenheid metafysisch van aard is. Het is dus niet fysiek
in de zin van concreet tasbaar, maar non-fysiek, niet tastbaar. Laten
we eens kijken welke aspecten die we van onszelf kennen, niet fysiek
oftewel metafysisch van aard zijn. Het eerste wat zo in me komt is
iets wat mij in mijn leven nogal veel heeft bezig gehouden: namelijk
niet mijn hersenen zelf, maar dat wat mijn hersenen blijkbaar doen:
denken, peinzen, piekeren, analyseren, ordenen, begrijpen, plannen,
fantaseren, contempleren, mediteren en inschatten.
Als ik bijvoorbeeld denken eruit neem, dan is het
rare dat ik nog nooit van mijn leven exact dezelfde gedachte heb gehad.
Dezelfde gedachte heeft zich nooit herhaald. Elke gedachte beïnvloedt
de volgende. Elke gedachte stuwt als het ware de volgende voort.
Terwijl we het denken als proces wel als een constante ervaren, kun je
de betekenis nooit vastleggen; hij ontglipt je als het ware als los
zand dat door je vingers glijdt. Dit is eigenlijk heel merkwaardig,
want de wereld waarin we leven zit vol met constante factoren. Maar de
wereld van waaruit wij leven zit vol met ongrijpbare geest-in-de-fles-achtige,
constant in beweging zijnde processen. En die laten zich blijkbaar
niet vastleggen. Zodra je ze uitspreekt veranderen ze al.
Nu deze metafysische processen zo in beweging
blijken, volgt dan ook mijn vraag: wie doet dat, wie zet deze
bewegingen in? De omgeving? Nee, hoe kan de concrete omgeving de
abstracte interne belevingswereld precies beïnvloeden? Dat is
onmogelijk. Het is principieel niet mogelijk dat de twee elkaar
concreet kunnen beïnvloeden. Er is echter wel een relatie, dat is
namelijk wat we ervaren. We ervaren een verband tussen onze innerlijk
en onze uiterlijk wereld.
Dus wie verenigt de twee?
De kwantumfysica geeft hierover heel boeiende
inzichten. Hier is namelijk ontdekt dat het ontegenzeglijk verschil
uitmaakt of je ergens naar kijkt of niet. De waarnemer beïnvloedt de
omgeving op een hele concrete wijze, zonder daarbij ook maar iets te
doen. De waarnemer doet dus effectief niets. Hij kijkt alleen...en
beïnvloedt het effect dramatisch. Niet een beetje, maar echt een
complete omzetting van het effect. Dit is verbijsterend, want dit
ervaren we ook letterlijk in ons denken en in ons gevoelsleven. Als
onze manier van denken verschuift (onze perceptie), veranderen alle
daaraan gekoppelde emoties onmiddellijk!
Daarnaast kunnen wij onze gedachten en gevoelens
waarnemen, en dat is ook heel vreemd. Want, wie is dan die waarnemer?
We ervaren deze waarnemer als onze eigen realiteit. De kwantumfysica
toont het bestaan van deze waarnemer feitelijk aan. Dus wie is dan die
waarnemer? Het antwoord op deze vraag is dezelfde als op de vraag ‘wie
ben ik?’. Oftewel: ikzelf ben blijkbaar de waarnemer. En ik weet dat
ik als waarnemer niet reproduceerbaar ben, want ik ben niet fysiek. Je
kunt mij niet zien, je kunt me niet pakken en toch besta ik.
Blijkbaar ben ik die waarnemer en zet ik zelf de
bewegingen in, creëer ik zelf de relaties tussen de fysische en de
metafysische wereld. Dit verband heeft een eigenheid, een soort
signatuur die uniek is voor elk mens en als het ware kleur en toon
geeft aan ons als individu. Want ook al zijn de handelingen van mensen
hetzelfde, ze hebben toch een uniek soort van onmeetbaar verschil op
vlak van eigenheid. Dat verschil wordt veroorzaakt door mij als
waarnemer. Ik heb een kleur en een toon die mij onderscheidt van de
ander en dat voelen we ook bij elkaar. Zelfs bij een eeneiige tweeling
heeft elk, ondanks dat de individuen op een concreet fysiek niveau
(DNA) exact hetzelfde zijn, toch een eigen kleur en toon.
Wat zou je zeggen als er manieren zijn om jouw
eigen kleur en toon te leren herkennen? Wat zou je er van vinden als
er wegen bewandeld kunnen worden, waardoor deze kleur en toon maximaal
zichtbaar worden? Met andere woorden: dat heel jouw eigenheid
doorwerkt in alles wat je creëert. Je zou kunnen zeggen dat je dan
jezelf bent en dat is in deze wereld niet bepaald evident.
Waar moet je op letten als je een leeromgeving
kiest die integraal bezig is met het tevoorschijn halen van je kleur?
In de eerste plaats is het onmogelijk om het zonder hulp te doen, je
kunt immers niet jezelf aan je eigen schoenveters omhoogtrekken. Je
kunt geen nieuwe manier van denken introduceren vanuit jezelf bij
jezelf. In de tweede plaats dienen je leraren verder te zijn in hun
ontwikkeling dan jij, anders ben jij de leraar en dat gebeurt helaas
te vaak. In de derde plaats dienen je leraren te demonstreren wat
zij propageren, anders zijn ze geen knip voor de neus waard en ook dit
komt redelijk vaak voor.
De leeromgeving, tot slot, dient integraal je
grenzen uit te dagen, zowel in je denken, als ook in je voelen en doen.
Je kunt wel alleen in de mind of alleen in je gevoel gaan zitten “prutsen”,
echter daar schiet je maar ten dele mee op. Diepte ontwikkeling op
vlak van zelfkennis lukt alleen als je leert voelen en vanuit dit
diepere en bredere voelen leert om meer waarachtig te denken en
authentieker te handelen. Dan ontstaan er een gezonde gerichtheid naar
jezelf en het leven.
Santi is als
ontwikkelingstraject een mooi voorbeeld van een evenwichtige
benadering in het vergaren en ontwikkelen van authentieke eigenheid.
Ook biedt Santi vele effectieve methoden om de innerlijke weerstanden
te overwinnen en om de eigenheid
onvervormd naar buiten te
kunnen laten komen. Kijk maar eens op de website voor meer informatie
over dit innovatieve en eigentijdse traject:
www.santi.evoq.nl
(klik door op “introductiedag”, op zondag 28 juni a.s. is deze
introductiedag, écht heel
leuk en interessant om mee te maken)!
Liefs,
Robert-Jan Cavadino
Wil je reageren op dit artikel, schrijf Robert-Jan dan een e-mailbericht :
robertjan@cavadino.nl
|
|
|