HomeHome > Inspiratie > Artikelen > 2009
 
 

De macht van het slachtoffer

 
 

Artikel / door Robert-Jan Cavadino

Ik heb vanuit praktische overwegingen en met het idee van een spiritueel experiment een paar maanden geleden een baan aanvaard als bedrijfsleider van een boekhandel. Spiritueel gezien blijkt voor mij een winkel één van de meest fascinerende plekken op Aarde. Iedereen kan namelijk “heilig” zijn in een klooster, een ashram of een andere “heilige” plek, maar hoeveel zijn dat in een gevangenis, op een druk kruispunt in Manhattan of in een kooplustig winkelcentrum. Ik wilde dus weten of je onvoorwaardelijk liefdevol aanwezig kunt zijn in een oppervlakkige, materialistische en zelfzuchtige omgeving. Er zijn in een dergelijke omgeving zoveel “negatieve” prikkels, dat “in de reactie gaan” heel verleidelijk is, helaas ontkom ook ik daar niet helemaal aan…J.

Afgezien van de minder interessante operationele perikelen, valt mij iets op:

Alle mensen zijn de moeite waard om van te houden. Het maakt niet uit of het klanten zijn of collega’s, ze hebben allemaal een bepaalde schoonheid over zich. Ondanks hun destructieve gedrag. Dat laatste is heel begrijpelijk (ik zeg dat zonder het te veroordelen of het te rechtvaardigen), destructief gedrag is het onmiddellijke gevolg een gebrek aan ontwikkeling: mensen doen elkaar wat aan vanuit egoïsme en egocentriciteit en ze hebben geen besef van (de noodzaak) tot een gezonde balans tussen het eigenbelang en dat van de ander. Elk huisje heeft werkelijk zijn kruisje en dat schuift dagelijks voorbij. Je kunt mensen niet kwalijk nemen dat zij oude keuzes blijven herhalen, ze weten gewoonweg niet beter en de prikkel om tot meer waardigheid en waarachtigheid te komen is vaak niet sterk genoeg. Mensen hebben een bepaalde ongevoeligheid ten aanzien van hun eigen gevoelens en emoties, bovendien gebruiken zij hun verstand onvoldoende. Zij luisteren te weinig naar hun lichaam en zitten vast in hun hoofd en worden beheerst door allerlei oude en niet werkende ideeën. Als je wrikt aan dat idee, komen zij tegen je in opstand en als je dat idee bevestigd vinden zij je leuk. Een beetje handige opportunist kan daar rijk van worden en je hoeft beslist geen raketgeleerde te zijn om te zien hoe. Met pappen en nathouden kom je een heel eind. We belonen complimenten van de ander met een positieve opvatting over de ander. Een beetje handig mens kan anderen zo om zijn vinger winden of hun juist zich tegen het harnas aan jagen en dat zie ik elke dag weer gebeuren. Daar zit ik dus een beetje mee te experimenteren. Het meest ingewikkelde wat ik tot dusver ben tegengekomen is opportunistisch gedrag, dat wil zeggen: gedrag wat in hoge mate gebaseerd is op eigenbelang, zonder daarbij voldoende rekening te houden met het effect op de ander.

Wat zou liefde nu doen, als reactie hierop, geeft hele wisselende antwoorden: soms is liefde zachtaardig van karakter en soms snoeihard. Dat laatste lijkt raar, want de meeste mensen denken aan liefde als iets wat aardig doet. Wat zou liefde nu doen is een belangrijke vraag in situaties waar het eigenbelang ten koste gaat van de ander. Daar mag en moet iemand zijn grenzen stellen en dat gebeurt vaak ruimschoots onvoldoende. In eerste instantie zijn er de mensen die gewend zijn om gebruik en zelfs misbruik te maken van anderen door hun als middelen te gebruiken, objecten die hun dienen in het realiseren van hun doelen, met alle gevolgen van dien. Zij nemen daarbij weinig verantwoordelijkheid voor de feitelijke consequenties: ze doen net alsof er geen verband bestaat tussen hun gedrag en het effect op de omgeving en zijn erg goed in het rechtvaardigen van hun keuzes. De ander misbruiken door je eigen belang voorop te stellen, zonder rekening te houden met de consequenties is vanuit een holistisch/realistisch standpunt ongeveer het domste wat je kunt doen. Het is zeker niet een waarachtige uitdrukking van liefde, echter opportunistisch gedrag is niet de kern van het probleem. 

Wat veel erger is dat mensen die daar het “slachtoffer” van zijn, geen duidelijke en gezonde grenzen stellen en te weinig verantwoordelijkheid nemen voor zichzelf. Een opportunist slaagt in zijn opzet doordat de ander (“het slachtoffer”) dat toelaat. Als de ander de opportunist niet duidelijk maakt dat zijn of haar gedrag onwenselijk is, dan blijft het narcisme voortduren. Het “slachtoffer” creëert dus een dubbel probleem: hij stopt de narcist niet (waardoor hij of zij door kan blijven gaan met zijn misbruik) én kropt de onvermijdelijke gevoelens van frustratie en woede op. Ze worden dan ziek van bijvoorbeeld wrok, onmacht en onvermogen. Juist door gezonde grenzen te stellen blijf je zelf gezond. Je geeft dan een duidelijk signaal naar jezelf toe dat jouw behoeften en opvattingen er mogen zijn, je erkent daarmee je fundamentele grondrechten als mens: vrijheid van meningsuitingen en vrijheid van geloof. Door in een “close encounter” met een opportunist niet duidelijk te stellen dat je niet gediend bent van zijn gedrag, onthoud jij jezelf de noodzakelijke zelferkenning. Als je dat wél zou doen zou je gevoel van eigenwaarde opleven en je eigenliefde verder groeien. Het enige wat je daar voor nodig hebt is geloof en moed. Je als slachtoffer gedragen is een slechte oplossing en beloont de opportunist voor zijn onverantwoorde en ongezonde gedrag. Zolang deze wordt beloond, omdat het slachtoffer zijn keutel inhoudt door met zelfbeheersing telkens een gecontroleerde en afgemeten reactie te geven, blijft de opportunist misbruiken. Het gebrek aan spontaniteit in de manier waarop je omgaat met de opportunist, wordt beheerst door de angst voor de consequenties van een mogelijk conflict en dat terwijl dat conflict noodzakelijk is om een gezonde harmonie te realiseren. Iets staat scheef en dat moet rechtgezet worden en het slachtoffer is zich daar het meest bewust van, want die ervaart de consequenties. Juist doordat het “slachtoffer” de consequenties ervaart is hij of zij de enige die de situatie kan rechttrekken. Door het verdriet en de woede te onderdrukken die getriggerd wordt door het onrechtvaardige gedrag van de opportunist, ervaart de opportunist het effect van zijn gedrag niet en zal deze geen noodzaak zien tot verandering. Een beheerste reactie in plaats van een spontane lost alleen een probleem op korte termijn op, terwijl op langere termijn de zaak alleen maar verergert. Juist de beoogde harmonie wordt om zeep geholpen door het vermijdingsgedrag van het “slachtoffer”.

Spontaniteit en bij je eigen gevoel blijven, lijkt hierin een belangrijke sleutel: als je uitdrukking geeft aan het eerste gevoel dat in je opkomt, zonder dat je nadenkt over de consequenties, dan ontstaat er vrij snel harmonie. Alleen je ego leeft in angst en probeert de situatie te beheersen. Dat is jammer, want met een beetje geloof kun je snel een heel stuk eigenwaarde terug veroveren en de kwaliteit van je leven aanzienlijk verbeteren.

Dus juist aan de slachtoffers: blijf bij je eigen gevoel en wees niet bang dat een confrontatie je leven verwoest, confrontaties werken verhelderend over wat en wie wel of niet thuis horen in je leven… Als iets vertrekt, dan komt er echt iets beters voor in de plaats. Bang zijn is prima, maar laat je niet leiden door je angst. Je hebt de macht om de kwaliteit van je leven snel te verbeteren, gebruik deze macht wijs… 

Liefs,

Robert-Jan Cavadino

 
 
 
 
terug naar boven